In het Duitse Institut für Molekular-onkologie in Ibbenbüren werd een uniek onderzoek in opdracht van de Stichting op tumorcellen van diverse patiënten uitgevoerd. In het laboratorium bleek het eenvoudig te zijn om bepaalde levensbedreigende borst en longtumorcellen met slechts 25% van de gebruikelijke cytostatica te doden. Door zout aan de chemo toe te voegen kon de ongevoeligheid van zeer agressieve tumorcellen tegen de chemo teniet worden gedaan.
Op onderstaande grafieken is te zien hoe tumorcellen kunnen reageren.
Patiënt 1 en 2 hebben beiden dezelfde soort borstkanker. De hoogte van de staven geeft het sterftepercentage van de tumorcellen aan. De tumorcellen van patiënt 1 zijn zwak gevoelig voor deze soorten chemotherapie met een sterfte van de tumorcellen tussen de 50 en70%. De tumorcellen van patiënt 2 zijn zelfs resistent met minder dan 50% sterfte. Deze grafiek maakt zichtbaar dat de mate van agressiviteit een mogelijke overleving van deze borstkanker bepaalt. De borsttumorcellen zijn van dezelfde soort en de chemo zijn zelfs identiek dus de agressiviteit bepaalt deze verschillen, zoals een aantal Nederlandse deskundigen beamen.
De laboratoriumtest
Bovenstaande grafiek toont een weergave van een laboratoriumtest op tumorcellen bij vier soorten chemotherapie (cytostatica) tegen kanker. De linkerkolom laat zien dat de borsttumorcellen van een 60-jarige patiënte zo agressief zijn dat zij met deze kuren onbehandelbaar zijn gebleken. De hoogte van de staven geeft de sterfte van de tumorcellen weer. Bij minder dan 50 % sterfte van de tumorcellen noemt men deze resistent. Bij de blauwe staaf groeien de tumorcellen zelfs door. In de rechterkolom worden de beduidend betere resultaten weergegeven. De toevoeging van zout heeft geleid tot een aanzienlijk hogere sterfte van de tumorcellen. In de rode en de groene staaf worden deze tumorcellen alsnog effectief gedood. Dit opzienbarende resultaat werd bereikt terwijl 75 % minder chemo is gebruikt. De vraag dringt zich op of deze methode toegepast zou kunnen worden in het menselijk lichaam. Helaas sluiten alle deuren zich voor het verzoek van de Stichting Sergio.
De afwijzing
Het testen met extra zout bij bestaande chemokuren wordt aangedragen door Kees Boegem. Een besproken pionier in de gezondheidswetenschap. Geen universitaire wetenschapper, wel een oprechte onderzoeker. Naar de mening van de Vereniging tegen de Kwakzalverij “een aandoenlijke, niet bevoegde persoon, die maar niet wil afleren zijn integere hersenschimmen na te jagen”. Hij wordt ten onrechte geplaatst in het kamp van alternatieve genezers. Boegem is geen arts en behandelt dus ook geen patiënten. Boegem is van beroep masseur. Dagelijks neemt hij letterlijk en figuurlijk de mens onder handen. Vanwege zijn onderscheidende pijnbestrijdende massages wordt hij regelmatig benaderd met vragen over het behandelen van kanker. Meestal betreft het kankerpatiënten die zijn uitbehandeld, soms een enkeling die geen heil ziet in chemotherapie. In deze wordt Boegem in verband gebracht met het tragisch overlijden van Mevr. Sylvia Millecam. Hij verklaart zelf haar desgevraagd te hebben geïnformeerd over zijn visie op kankeronderzoek. Hij heeft haar meerdere keren aangeraden chirurg oncoloog Prof. Dr. S. Meijer in het VU ziekenhuis te raadplegen. Zij besloot na consultatie van alternatieve artsen dat advies niet op te volgen. Een mogelijk onderzoek naar de rol van Boegem in deze casus moet deze situatie nog bevestigen. Boegem heeft na jaren van strijd wel erkenning gekregen voor zijn ideeën om brandwonden met balsem te behandelen in plaats van deze te koelen met water. Stichting Sergio ondersteunt al jaren waar mogelijk de ideeën van Boegem, daar waar het de verbetering van kwaliteit van behandelingen betreft bij kinderen met kanker.
Een geaccepteerde test vooraf methode
Stichting Sergio wil ook een lans breken voor de testmethode vooraf: na de vaststelling van kanker kan men eenvoudig een laboratoriumtest laten verrichten die aangeeft welke chemotherapie goed zal reageren op de tumorcellen van de patiënt. Het is immers gebleken dat gelijksoortige tumorcellen van verschillende patiënten niet altijd hetzelfde reageren op de diverse chemokuren. Deze test is al sinds 1987 beschikbaar in het VU Ziekenhuis te Amsterdam. Bedoelde test wordt nog altijd verder ontwikkeld maar pas achteraf toegepast als de patiënt geen baat heeft mogen ondervinden bij de verschillende chemokuren. Het is ons niet bekend of hier kostenoverwegingen een doorslaggevende rol spelen. Wel is duidelijk dat genoemde Prof. Dr. S. Meijer in dit verband heeft gezegd dat: “zij (de meeste internist - oncologen) er nog lang niet aan toe zijn om echt heel selectief te zijn en te zeggen: Die patiënt heeft wel baat bij een behandeling en die heeft er geen baat bij. Dus geven zij iedereen chemotherapie".
Dat het testen vooraf bij in ieder geval jeugdige kankerpatiëntjes gewenst is, concludeerde in 2003 Netteke Schouten-van Meeteren, destijds kinderarts VU Medisch Centrum, in haar promotie-onderzoek. M.b.v. de zogenoemde MTT laboratoriumtest kan het effect van cytostatica op bepaalde vormen van kinderkanker worden beoordeeld. Dit onderzoek is van belang om de meest krachtige middelen per soort kinderkanker te kunnen toepassen. Voorkeur daarbij heeft de toevoeging van effectieve cytostatica om de schade van bestraling bij jonge kinderen zoveel mogelijk te vermijden of te verminderen. Daarnaast kunnen sommige niet-effectieve medicijnen aan de hand van de testen uit de behandeling worden genomen. Omdat het testen van medicijnen vooral bij jonge kinderen niet eenvoudig is, is ondersteunend laboratoriumonderzoek extra belangrijk.
Een flinke opsteker voor kankerpatiënten kan zijn, als na verder onderzoek blijkt dat door toevoeging van zout, met minder chemo een hogere sterfte van de tumorcellen kan worden gerealiseerd. Dat zou in theorie minder schadelijke bijwerkingen opleveren, waardoor de behandelingsduur en misschien zelfs de levensduur zou kunnen worden verlengd. In dit verband is het wellicht goed op te merken dat zout een lichaamseigen stof is. De vraag is: welke instantie wil dit nader laten onderzoeken? De politiek, de wetenschap, de farmacie, oncologen? Tot op heden geeft niemand thuis. Verschillende Nederlandse specialisten zijn echt bereid kritisch naar de eigen beroepsgroep te kijken. Helaas ondervinden zij hierbij enkel tegenwerking en soms moeten zij onder dwang van bovenaf terugkomen op de door hen toegezegde steun. Dr. Ulf Vogt, biochemicus en onderzoeker bij het Institut für Molekularonkologie in Duitsland is een wetenschapper die, met een open geest, ieder vooroordeel naast zich heeft neergelegd en is gaan testen. Dankzij hem zien wij nu meetbaar resultaat én perspectief…
